De KRL basis set bestaat uit een KRL box en een Hygro-i2 kabel.
De KRL-meting bestaat al tientallen jaren, maar krijgt nu eindelijk groen licht en breed vertrouwen binnen de vloerenbranche. Tijdens de overgangsperiode wil men de KRL-resultaten nog blijven vergelijken met de bekende calciumcarbid (CM) metingen.
KRL-methode voor het bepalen van de vochtconditie van de dekvloer
De KRL-methode is inmiddels vastgelegd als gestandaardiseerde meetprocedure voor het bepalen van de vochtconditie van dekvloeren volgens de DIN EN 17668-norm. Om de betrouwbaarheid bij het beoordelen van de bedekkingsgereedheid zo groot mogelijk te maken, wordt aanbevolen om de CM-meting te combineren met de KRL-meting.
Met name bij dekvloeren waarin toevoegmiddelen, versnellers of nieuwe bindmiddelen zijn verwerkt—zoals CEM II-cement—biedt de KRL-methode de beste zekerheid. Bij dit type “moderne” dekvloeren geeft de CM-meting wel inzicht in het resterende vochtgehalte van het genomen monster, maar zegt deze weinig over de daadwerkelijke vochtconditie van de totale dekvloer.
KRL-methode voor het bepalen van het vochtverlies tijdens het droogproces
De kernvraag is: hoeveel vocht geeft de dekvloer nog af aan de omgevingslucht tijdens het drogen?
De KRL-methode beantwoordt dat door de relatieve luchtvochtigheid te meten van een monster in een afgesloten KRL-beker. De gemeten waarde, weergegeven in procent relatieve luchtvochtigheid, geeft een betrouwbaar beeld van de actuele vochtconditie van het minerale dekvloermateriaal. De meetprocedure is geschikt voor gebruik op de bouwplaats en kan eenvoudig door de vakman zelf worden uitgevoerd.
CM- en KRL-metingen kunnen parallel op één bemonsteringspunt plaatsvinden. De combinatie van beide methoden vergroot de zekerheid en helpt vochtgerelateerde problemen en klachten te voorkomen.
Wanneer de meetwaarde stabiel blijft en niet langer verandert (meestal na 15 tot 30 minuten), levert het apparaat een betrouwbare indicatie van de bedekkingsgereedheid van de dekvloer.